ECLI:NL:GHSHE:2004:AO9764
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Drijkoningen
- Den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring ontslag op staande voet wegens onvoldoende dringende reden
In deze zaak stond centraal of het ontslag op staande voet van appellant door Lobeka terecht was gegeven op grond van een dringende reden. Appellant was in dienst als zeefdrukker bij Lobeka en werd ontslagen na een woordenwisseling met de directeur. Lobeka stelde dat appellant hem had bedreigd met de woorden dat hij hem de WAO zou inschoppen, hetgeen een dringende reden vormde voor ontslag op staande voet.
Het hof oordeelde dat de gebruikte woorden in objectieve zin onvoldoende ernstig waren om het ontslag te rechtvaardigen en dat er geen sprake was van fysieke bedreiging. Ook mocht bij de beoordeling van het ontslag geen rekening worden gehouden met eerdere gedragingen van appellant, aangezien Lobeka deze niet concreet had genoemd in de ontslagbrief.
Daarmee was het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig en verklaarde het hof het ontslag nietig. Lobeka werd veroordeeld om het loon, vakantietoeslag en niet genoten vakantiedagen over de resterende periode van de arbeidsovereenkomst door te betalen, met een wettelijke rente en een gemaximeerde wettelijke verhoging. Tevens werd Lobeka veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt nietig verklaard en Lobeka wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon en vergoedingen tot het einde van de arbeidsovereenkomst.