ECLI:NL:GHSHE:2004:AO8081
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W. van der Voort
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid kosten liposuctie wegens gedisproportioneerde bovenbenen
Belanghebbende heeft in 1999 een liposuctie ondergaan vanwege gedisproportioneerde bovenbenen en heeft de kosten hiervan als buitengewone lasten opgevoerd in haar aangifte inkomstenbelasting. De Inspecteur heeft deze aftrek gecorrigeerd omdat de ingreep volgens de medisch adviseur van de ziektekostenverzekeraar niet medisch noodzakelijk was, maar een cosmetische behandeling betrof.
Belanghebbende stelde dat de liposuctie wel medisch noodzakelijk was vanwege psychische klachten veroorzaakt door de gedisproportioneerde bovenbenen, ondersteund door verklaringen van haar huisarts. Het hof oordeelde dat deze verklaringen onvoldoende waren om aan te tonen dat sprake was van een ziekte en dat de ingreep op medisch voorschrift had plaatsgevonden. De verklaring van de huisarts van 2001 was achteraf opgesteld en kon niet als medisch voorschrift worden aangemerkt.
Het hof stelde vast dat belanghebbende ten tijde van de ingreep niet onder medische behandeling stond en dat er geen bewijs was van een zodanige psychische stoornis die de ingreep medisch noodzakelijk maakte. Het positieve effect van de ingreep op het maatschappelijk functioneren was onvoldoende om de kosten als ziektekosten te kwalificeren.
Daarom verklaarde het hof het beroep ongegrond en handhaafde de Inspecteur de correctie van de aftrek van de kosten van de liposuctie.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de correctie van de Inspecteur bevestigd.