ECLI:NL:GHSHE:2004:AO4922
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- J.A. Meijer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen negatieve ziekenfondsverklaring zelfstandige
Verzoeker, een zelfstandige ondernemer, ontving een negatieve verklaring van de Inspecteur over zijn verplichte ziekenfondsverzekering 2004, gebaseerd op het gemiddelde belastbare inkomen over 1999, 2000 en 2001. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze verklaring en tegen navorderingsaanslagen over 1999 en 2000, waarop de Inspecteur nog geen uitspraak had gedaan.
Verzoeker verzocht om een voorlopige voorziening waarbij de rechtsgevolgen van de navorderingsaanslagen en de negatieve verklaring geschorst zouden worden, zodat het oorspronkelijke belastbare inkomen zou worden gehanteerd. De Inspecteur stelde dat geen sprake was van onverwijlde spoed en dat de navorderingsaanslagen niet willekeurig waren opgelegd.
De Voorzieningenrechter oordeelde dat onverwijlde spoed wel aanwezig was, maar dat het systeem van de Ziekenfondswet en de Regeling tijdvak en inkomen ziekenfondsverzekering zelfstandigen voorschrijft dat de peildatum voor het inkomen 1 oktober is en dat latere wijzigingen in het inkomen buiten beschouwing blijven. Hierdoor was de negatieve verklaring terecht afgegeven, ook indien de navorderingsaanslagen later vernietigd zouden worden.
Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling toegewezen. De uitspraak werd op 14 januari 2004 in het openbaar gedaan door de voorzieningenrechter van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de negatieve ziekenfondsverklaring is afgewezen.