ECLI:NL:GHSHE:2003:AO1602
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- den Hartog Jager
- Feddes
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Verlof tot executie van onderhandse pandakte tegen bezitter van verpand voertuig
De bank verzocht de voorzieningenrechter om verlof om een aan haar verpand voertuig, een Volkswagen TDI, onder zich te nemen bij een derde, [X], die het voertuig als koper bezit. De voorzieningenrechter wees dit verzoek af omdat volgens hem artikel 496 Rv Pro alleen toepassing vindt zolang het verpande goed in bezit is van de pandgever of schuldenaar.
In hoger beroep oordeelt het hof dat artikel 496 Rv Pro ook toepassing kan vinden jegens derden die het goed bezitten en niet slechts de houder zijn. Het pandrecht blijft in beginsel bestaan ondanks overdracht aan een derde (droit de suite). De bank moet aannemelijk maken dat de derde niet te goeder trouw is, wat het hof voorshands aannemelijk acht.
Het hof stelt dat het verzoek tot verlof kan worden toegekend en verkort de termijn voor betaling tot nihil. Het verzoek tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad en op alle dagen en uren wordt afgewezen. De beschikking van de voorzieningenrechter wordt vernietigd en het verlof wordt verleend.
Uitkomst: Het hof verleent de bank verlof tot executie van het verpande voertuig bij de derde bezitter en verkort de betalingstermijn tot nihil.