ECLI:NL:GHSHE:2003:AO0363
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Drijkoningen
- Den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake alimentatiebeslag en beslagvrije voet na echtscheiding
Partijen waren gehuwd en de man was bij arrest van 4 mei 1995 veroordeeld tot het betalen van alimentatie aan de vrouw. In 1996 legde de vrouw executoriaal beslag op de AOW-uitkering en aanvullend pensioen van de man om de alimentatie te verhalen. De man stelde dat de vrouw de beslagvrije voet niet respecteerde en dat zij tussen 1 juli 1999 en 1 maart 2001 een bedrag van f. 6.071,43 te veel had ingehouden.
De rechtbank veroordeelde de vrouw tot betaling van € 1.802,16 aan de man. De vrouw ging in hoger beroep en voerde onder meer aan dat de man inkomen had verzwegen, onderbouwd met een schuldbekentenis en kwitanties van betalingen. De man betwistte dit, maar leverde geen schriftelijk bewijs ter onderbouwing van zijn stelling dat hij geen inkomsten had uit de schuldbekentenis.
Het hof overwoog dat de stukken van de vrouw niet buiten beschouwing konden blijven omdat de verplichting tot volledige en waarheidsgetrouwe feitenaanvoer geldt. Uit de stukken bleek dat de man extra inkomsten had die relevant waren voor de beslagvrije voet. Rekening houdend met deze inkomsten concludeerde het hof dat de beslagvrije voet niet was miskend en dat de vordering van de man moest worden afgewezen.
Het hof vernietigde het vonnis voor zover de vrouw was veroordeeld tot betaling aan de man, wees de vordering af, bekrachtigde het vonnis voor het overige en compenseerde de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de man af en vernietigt het vonnis voor zover de vrouw tot betaling werd veroordeeld.