ECLI:NL:GHSHE:2003:AM3088
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Teeffelen
- Van der Linden
- Van der Velden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over onderhoudsbijdrage en kostenverdeling na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd sinds 1988 en hebben een minderjarige dochter. De rechtbank Maastricht sprak de echtscheiding uit en bepaalde onderhoudsbijdragen voor de vrouw en het kind. Beide partijen gingen in hoger beroep tegen delen van deze beschikking.
Het hof verklaarde de vrouw niet-ontvankelijk voor zover haar beroep zich richtte op nevenvoorzieningen anders dan de onderhoudsbijdrage voor haar levensonderhoud. De man werd niet-ontvankelijk verklaard voor zijn beroep tegen de verdeling van de gemeenschappelijke goederen en het gebruik van de woning, omdat hij daartegen geen grieven had aangevoerd.
Het hof beoordeelde de behoefte van de vrouw op basis van het gezinsinkomen tijdens het huwelijk en stelde deze vast op €2.880 netto per maand. Het netto-inkomen van de vrouw werd vastgesteld op €1.721 per maand, waardoor een netto behoefte van €1.159 resteerde. De draagkracht van de man werd berekend op €1.091 per maand zolang de woning niet was verkocht en €2.478 daarna. De bijdrage van de man in de kosten van het kind werd vastgesteld op €424 per maand zolang de woning niet was verkocht en €607 daarna.
De onderhoudsbijdrage voor de vrouw werd vastgesteld op €210 per maand tot verkoop van de woning en €1.555 daarna. Het hof oordeelde dat deze bijdragen de partijen een gelijk vrij besteedbaar bedrag laten houden. De omgangsregeling werd bevestigd zonder uitbreiding, vanwege de wensen van de minderjarige en de onderlinge communicatieproblemen tussen partijen.
De proceskosten werden gecompenseerd en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het hof adviseerde partijen mediation in te schakelen om toekomstige conflicten te voorkomen.
Uitkomst: Het hof stelde nieuwe onderhoudsbijdragen vast voor de vrouw en minderjarige en handhaafde de omgangsregeling zonder uitbreiding.