ECLI:NL:GHSHE:2003:AL8132
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Claassens
- De Poorter
- Ficq
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen veroordeling wegens verlaten plaats verkeersongeval zonder daadwerkelijk letsel
Verdachte werd ten laste gelegd dat hij betrokken was bij een verkeersongeval en de plaats van het ongeval had verlaten terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat aan een ander letsel of schade was toegebracht, zoals bedoeld in artikel 7 van Pro de Wegenverkeerswet.
Het hof heeft het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de kinderrechter van 24 februari 2003. De beoordeling richtte zich uitsluitend op de tenlastelegging onder parketnummer 04/057505-02. Het hof heeft de bewezenverklaring en de tenlastelegging overgenomen zoals die in het vonnis van de kinderrechter zijn geformuleerd, met een nadere motivering.
De kern van de beoordeling betrof de vraag of er daadwerkelijk letsel was toegebracht aan het meisje dat door verdachte met zijn snorfiets was aangereden. Het hof concludeerde dat het enkel huilen en klagen over pijn aan het linkeronderbeen, zonder bewijs van kneuzingen, schaafwonden of andere verwondingen, niet voldoet aan het vereiste van daadwerkelijk letsel volgens artikel 7 Wegenverkeerswet Pro.
Daarom bevestigde het hof het vonnis van de kinderrechter en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging van het verlaten van de plaats van het ongeval onder de genoemde omstandigheden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat geen daadwerkelijk letsel is vastgesteld na het verkeersongeval.