ECLI:NL:GHSHE:2003:AL1847
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Fortuin
- G.D. van Norden
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen bij emigratie en WAO-uitkering
De belanghebbende, een Marokkaanse staatsburger geboren in 1957, woonde het gehele jaar 1995 in Marokko en ontving een WAO-uitkering. Hij had geen andere inkomsten en op zijn uitkering werd het maximum aan premie volksverzekeringen ingehouden. De Inspecteur stelde dat de aangifte inkomstenbelasting over 1995 niet binnen de wettelijke termijn van drie jaar na afloop van het kalenderjaar was ingediend.
Het hof achtte deze stelling geloofwaardig en oordeelde dat de Inspecteur terecht bij voor bezwaar vatbare beschikking geen aanslag had opgelegd, mede op grond van artikel 12 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Er was geen sprake van omstandigheden die een aanslag alsnog rechtvaardigden. Verder werd bevestigd dat het belastingverdrag tussen Nederland en Marokko het heffingsrecht over de WAO-uitkering aan Marokko toewijst, en dat dit verdrag niet van toepassing is op sociale verzekeringspremies.
Het hof overwoog dat de belanghebbende premieplichtig is voor de volksverzekeringen vanwege zijn WAO-uitkering, conform de nationale wetgeving en het verdrag inzake sociale verzekering tussen Nederland en Marokko. Omdat de belanghebbende niet in Marokko werkzaam was, bleef de Nederlandse premieplicht van kracht. Het beroep werd ongegrond verklaard en het hof wees af dat de belanghebbende aanspraak kon maken op teruggaaf van premies.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 4 juli 2003 door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd. De belanghebbende kan binnen vier weken verzoeken om een schriftelijke uitspraak, waarna beroep in cassatie mogelijk is.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de Inspecteur heeft terecht geen aanslag opgelegd wegens overschrijding van de aangiftetermijn.