ECLI:NL:GHSHE:2003:AK3807
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W. van der Voort
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huurwaardebepaling eigen woning op basis van WOZ-waarde in ondernemingsvermogen
Belanghebbende was eigenaar van een onroerende zaak die deels als eigen woning en deels voor een onderneming werd gebruikt, en maakte bezwaar tegen de door de Inspecteur vastgestelde huurwaarde van de woning. De Inspecteur had de huurwaarde gesteld op 3% van ƒ 251.000,-, gebaseerd op de WOZ-waarde per 1 januari 1995. Belanghebbende voerde aan dat een lagere waarde van ƒ 195.000,- op grond van een minnelijke taxatie gevolgd moest worden.
Tijdens de procedure stelde belanghebbende zijn standpunt bij en accepteerde dat ook de grond bij de woning moest worden gerekend. Het Hof oordeelde dat de WOZ-waarde onherroepelijk vaststaat en dat de huurwaarde volgens artikel 42a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 moet worden berekend als 3% van deze waarde. De lagere taxatie van belanghebbende kon niet worden gevolgd.
Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de bestreden uitspraak. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de huurwaarde van de woning wordt bevestigd op 3% van ƒ 251.000,-.