ECLI:NL:GHSHE:2003:AJ3601
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- Feddes
- De Klerk-Leenen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid en boeteclausule bij koopovereenkomst onroerende zaak tussen erfgenamen
In deze civiele zaak draait het om de koopovereenkomst van een onroerende zaak behorend tot de nalatenschap van overleden ouders, waarbij de erfgenamen verdeeld zijn over medewerking aan de overdracht. Appellante vordert nakoming van de koopovereenkomst en toepassing van een boeteclausule wegens niet-nakoming.
De rechtbank had reeds geoordeeld dat de koopovereenkomst tot stand was gekomen, maar de boeteclausule niet kon worden ingeroepen jegens de erfgenamen. Geïntimeerde 1 betwistte het bestaan van de overeenkomst en stelde dat zij geen volmacht had verleend aan geïntimeerde 6 om namens haar te handelen.
Het hof oordeelt dat de bewijslast voor het aantonen van volmacht bij appellante lag en dat uit getuigenverklaringen blijkt dat er binnen de familie overeenstemming bestond over verkoop en dat geïntimeerde 6 bevoegd was op te treden, zonder dat er een beperking gold vanwege de wens van geïntimeerde 1 dat het pand niet mocht worden afgebroken.
Het hof bevestigt dat de overige erfgenamen (de 'welwillende erven') geen verwijt valt te maken voor de weigerachtigheid van geïntimeerde 1 en dat het onredelijk is om hen aan de boeteclausule te houden. Ook wijst het hof het incidenteel beroep van geïntimeerde 1 af wegens gebrek aan belang.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van de welwillende erfgenamen, terwijl de proceskosten tussen appellante en geïntimeerde 1 worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, wijst het beroep op de boeteclausule jegens de welwillende erfgenamen af en verklaart het incidenteel beroep van geïntimeerde 1 niet-ontvankelijk.