ECLI:NL:GHSHE:2003:AH9192
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onroerende aard kunstgrasmat
Belanghebbende exploiteert een kunstgrasveld en bracht in 1994 een nieuwe kunstgrasmat aan. Voor deze vervanging werd omzetbelasting in rekening gebracht en afgetrokken. De Inspecteur stelde dat de kunstgrasmat samen met de ondergrond één onroerende zaak vormt, waardoor zonder een specifiek verzoek geen aftrek van omzetbelasting mogelijk is. Belanghebbende betwistte dit en zag de kunstgrasmat als roerend.
Na onderzoek en een controle constateerde de Inspecteur dat het vereiste verzoek niet was ingediend en legde een naheffingsaanslag op. Het geschil spitste zich toe op de kwalificatie van de kunstgrasmat als roerend of onroerend goed. Het Hof oordeelde dat, ondanks dat de mat verwijderbaar is, de verwijdering specialistische werkzaamheden vereist en hoge kosten met zich meebrengt, waardoor de mat als onroerend moet worden aangemerkt.
Het Hof bevestigde de naheffingsaanslag en de bestreden uitspraak van de Inspecteur. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt bevestigd omdat de kunstgrasmat als onroerende zaak wordt aangemerkt.