ECLI:NL:GHSHE:2003:AG8056
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Van Etten
- Drijkoningen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over loonvordering en verrekening overuren en vakantiedagen tussen werknemer en werkgever
In deze zaak staat een loonvordering van een werknemer tegen zijn werkgever centraal, waarbij geschilpunten bestaan over de arbeidsongeschiktheid en de verrekening van overuren en vakantiedagen. De werknemer was sinds mei 1999 in dienst als vrachtwagenchauffeur en meldde zich ziek in maart 2000. Na een second opinion van een verzekeringsarts werd vastgesteld dat de werknemer tot 1 mei 2000 arbeidsongeschikt was voor passend werk.
De werkgever stelde dat de werknemer niet-ontvankelijk verklaard had moeten worden wegens het ontbreken van een deskundigenverklaring volgens artikel 7:629a BW en betwistte de arbeidsongeschiktheid na 3 april 2000. Het hof oordeelde echter dat het niet redelijk was van de werknemer te verlangen het verzekeringsartsrapport opnieuw te overleggen en dat het rapport voldeed aan de wettelijke eisen.
Verder was er discussie over de verrekening van overuren en vakantiedagen over de periode mei tot december 1999. Het hof stelde vast dat partijen overeen waren gekomen dat overuren verrekend zouden worden, maar verschilden over de wijze daarvan. Het hof vond dat de werkgever voldoende bewijs had geleverd dat de verrekening conform zijn stelling had plaatsgevonden en vernietigde het vonnis voor zover het overuren en vakantiedagen na januari 2000 betrof vanwege onvoldoende specificatie door de werknemer.
Ten slotte matigde het hof de wettelijke verhoging tot 10% en compenseerde de proceskosten in hoger beroep zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst de loonvordering over overuren en vakantiedagen na januari 2000 af en bekrachtigt het vonnis voor het overige.