ECLI:NL:GHSHE:2003:AF9628
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verplichte ziekenfondsverzekering zelfstandigen op grond van de Ziekenfondswet
De belanghebbende, een zelfstandige ondernemer sinds 1998, maakte bezwaar tegen de verklaring van de Inspecteur dat hij voor het jaar 2000 verplicht ziekenfondsverzekerd was op grond van de Ziekenfondswet. Hij betwistte dat hij aan de voorwaarden voldeed, mede vanwege het inkomensgemiddelde dat over de jaren 1995-1997 werd genomen.
Het Hof stelde vast dat de belanghebbende een onderneming drijft en dat zijn belastbare inkomens over 1998 en 1999 respectievelijk fl. 37.193 en fl. 24.135 bedroegen. De Inspecteur had voor meerdere jaren verklaringen afgegeven dat de belanghebbende aan de voorwaarden voldeed. De belanghebbende stelde dat de regeling onrechtvaardig was, onder meer vanwege het jojo-effect en het feit dat hij als starter niet kon anticiperen op de verzekeringsplicht.
Het Hof verwees naar arresten van de Hoge Raad waarin het systeem van inkomensbeoordeling en de verplichte ziekenfondsverzekering voor zelfstandigen werd bevestigd. Het Hof oordeelde dat de regeling een afweging is tussen verschillende belangen zoals beperking van het jojo-effect, objectiviteit en uitvoerbaarheid. De bezwaren van de belanghebbende werden verworpen en het beroep ongegrond verklaard.
Het Hof wees tevens op het ontbreken van een fatale termijn voor het afgeven van de beschikking en verwierp de grieven over het rechtszekerheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. De proceskosten werden niet aan de belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de zelfstandige tegen de verklaring verplichte ziekenfondsverzekering voor 2000 wordt ongegrond verklaard.