ECLI:NL:GHSHE:2003:AF8391
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.M. Bongaarts
- J. Swinkels
- F. Sonneveldt
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing fictieve rente op renteloze vordering en toepassing belastingverdrag Nederland-België
Belanghebbende, woonachtig in België, was voor 70% aandeelhouder van een Nederlandse B.V. en had twee vorderingen op deze B.V., waarvan één renteloos. De Inspecteur had op grond van artikel 24, vierde lid, Wet inkomstenbelasting 1964 fictieve rente van 5% per jaar over de renteloze vordering als inkomen belast, wat leidde tot een verhoging van het belastbare inkomen.
Belanghebbende betwistte de heffing en voerde aan dat de fictieve rente niet als betaalde rente kon worden aangemerkt en dat Nederland niet bevoegd was hierover belasting te heffen op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en België. Het Hof behandelde eerst de vraag over de toepassing van het verdrag en oordeelde dat fictieve rente niet als betaalde rente kan worden beschouwd, omdat er geen daadwerkelijke betaling of terbeschikkingstelling van gelden plaatsvond.
Het Hof concludeerde dat de fictieve rente onder artikel 22 van Pro het verdrag valt en dus uitsluitend in België belast mag worden. Daarom werd de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van fl. 242.562,=, de bestreden uitspraak vernietigd en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
De uitspraak werd gedaan door het Hof te 's-Hertogenbosch op 7 februari 2003 en is openbaar. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de bestreden uitspraak vernietigd.