ECLI:NL:GHSHE:2003:AF6845
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Ficq
- Van de Loo
- De Lange
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen opzettelijk aanwezig hebben verdovende middelen in café
In hoger beroep is de verdachte, bedrijfsleider van een café, veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen in het café. De verdediging voerde aan dat de doorzoeking onrechtmatig was en dat het medeplegen niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Het hof oordeelde dat de doorzoeking rechtmatig was omdat verdachte toestemming had gegeven en dat er voldoende bewijs was dat verdachte op de hoogte was van de handel in verdovende middelen en deze toeliet.
Het bewijs bestond uit verklaringen waaruit bleek dat potentiële kopers regelmatig in het café kwamen en dat verdachte niet ingreep ondanks gesprekken over de handel. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medepleger was van het opzettelijk aanwezig hebben van 165 gram hennephars en 192 gram hennep, middelen genoemd op lijst II van de Opiumwet.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter vanwege een ondertekeningsfout en deed opnieuw recht. De strafoplegging hield rekening met de aard en ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De opgelegde straf was een geldboete van €750, met vervangende hechtenis van vijftien dagen bij niet-betaling. Daarnaast werden bepaalde inbeslaggenomen goederen teruggegeven en andere in bewaring gesteld ten behoeve van rechthebbenden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €750 met vervangende hechtenis van vijftien dagen wegens medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen.