ECLI:NL:GHSHE:2002:AH8881

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
12 december 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
99/02450
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • P.J.M. Bongaarts
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 lid 1 onder 5 Successiewet 1956
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verhoogde vrijstelling in Successiewet bij schenking

Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag in het recht van schenking van ƒ 300,- over een verkrijging van ƒ 40.421,- van haar vader. De aanslag was opgelegd door de Inspecteur en betrof toepassing van de Successiewet 1956.

Tijdens de mondelinge behandeling op 28 november 2002 was belanghebbende niet aanwezig; alleen de Inspecteur verscheen. Het geschil betrof de uitleg van artikel 33 lid 1 onder Pro 5 van de Successiewet 1956, waarin sprake is van een 'verhoogde vrijstelling'. Belanghebbende meende dat het hier ging om een zelfstandige vrijstelling, terwijl het hof oordeelde dat het slechts een verhoging van de jaarlijkse vrijstelling betreft.

Het hof verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de aanslag. Tevens wees het hof het verzoek van belanghebbende af om het griffierecht te vergoeden en veroordeelde de Inspecteur niet in de proceskosten. De uitspraak werd op 12 december 2002 mondeling gedaan door het hof te 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag in het recht van schenking blijft gehandhaafd.

Uitspraak

BELASTINGKAMER
Nr. 99/02450
HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH
PROCES-VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK
Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, vijfde enkelvoudige Belastingkamer, op het beroep X te Z tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid registratie en successie te Y (thans: particulieren te Heerlen; hierna; de Inspecteur) van de rijksbelastingdienst op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de aanslag in het recht van schenking, aanslagnummer 0.00.00.0000.
DE MONDELINGE BEHANDELING
Het onderzoek ter zitting heeft met gesloten deuren plaatsgehad op 28 november 2002 te Z. Aldaar is toen verschenen en gehoord de Inspecteur.
Belanghebbende is niet verschenen.
Na de behandeling van de zaak heeft het Hof heden, 12 december 2002, de volgende mondelinge uitspraak gedaan.
De beslissing
Het Hof verklaart het beroep ongegrond.
De gronden voor de beslissing
1. Aan belanghebbende is ter zake van een verkrijging van ƒ 40.421,=
van haar vader, A (hierna; de schenker), een aanslag in het recht van schenking opgelegd ten bedrage van ƒ 300,=.
2. Het aanslagbiljet vermeldt als verkrijger belanghebbende en is, als gevolg van domiciliekeuze, toegezonden aan het adres van de schenker.
Dit is juist, zij het dat de naam van de schenker op het voorblad niet geheel korrekt is vermeld.
Uit het bezwaar- en het beroepschrift blijkt dat dit niet heeft geleid tot twijfels over de persoon van de schenker.
De onvolledigheid in de tenaamstelling leidt dan ook niet tot nietigheid van die aanslag.
3. Uit het feit dat de Successiewet 1956 in artikel 33, lid 1, onder 5, spreekt van "verhoogde vrijstelling" kan worden afgeleid dat het niet gaat om aan andere zelfstandige vrijstelling, zoals belanghebbende kennelijk meent, maar om een verhoging van de jaarlijkse vrijstelling.
4. Uit het voorgaande volgt dat het gelijk aan de zijde van de Inspecteur is. De bestreden uitspraak moet in stand blijven.
5. Het Hof is van oordeel dat er geen redenen aanwezig zijn om te bepalen dat aan belanghebbende het door hem gestorte griffierecht wordt vergoed.
Proceskosten
Het Hof acht geen termen aanwezig tot veroordeling van de Inspecteur in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep bij het Hof redelijkerwijs heeft moeten maken.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.
Aldus gedaan door P.J.M. Bongaarts, lid van voormelde Kamer, en voor wat betreft de beslissing in tegenwoordigheid van A.W.J. Strik, griffier, in het openbaar uitgesproken op 12 december 2002.
Aangetekend in afschrift aan partijen
verzonden op: 13 december 2002
Het aanwenden van een rechtsmiddel:
U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak dit gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).
Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak bedraagt het griffierecht voor belanghebbende € 41.
Het bestuursorgaan is voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak een griffierecht van € 163,50 verschuldigd.
De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.