ECLI:NL:GHSHE:2002:AF3207
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Kranenburg
- Smeenk-Van der Weijden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis inzake verjaring kredietvordering na faillissement
In deze civiele zaak vordert ING Bank N.V. betaling van een kredietvordering op appellant, die in 1992 failliet werd verklaard. ING stelde dat haar vordering niet was verjaard omdat de verjaring was gestuit door het indienen van een verificatieverzoek bij de curator.
De rechtbank wees de vordering grotendeels toe, waarna appellant hoger beroep instelde met het verweer dat de vordering verjaard zou zijn. Het hof overweegt dat de vordering opeisbaar werd op de faillissementsdatum en daardoor in beginsel na vijf jaar verjaard zou zijn. Echter, het plaatsen van de vordering op de lijst van voorlopig erkende concurrente crediteuren door de curator geldt als een daad van rechtsvervolging die de verjaring stuit.
Het hof concludeert dat de verjaringstermijn door deze stuiting is onderbroken en dat een nieuwe termijn is gaan lopen, die vervolgens weer werd gestuit door de dagvaarding in de onderhavige procedure. Hierdoor is de vordering niet verjaard en wordt het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van ING toe omdat de verjaring is gestuit.