ECLI:NL:GHSHE:2002:AE9344
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Feith
- De Kok
- de Groot-van Dijken
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geldigheid exploitatieovereenkomst en afwijzing vernietigingsgronden
De zaak betreft een geschil tussen De Bout en Discomat over een exploitatieovereenkomst voor speelautomaten in een horecagelegenheid. De Bout had de overeenkomst opgezegd, maar Discomat stelde dat dit te laat was en dat De Bout wanprestatie had gepleegd door andere speelautomaten te plaatsen. De Bout voerde aan dat bepalingen in de overeenkomst onredelijk bezwarend en in strijd met de Mededingingswet waren.
De rechtbank oordeelde dat de opzegging niet tijdig was en verwierp de vernietigingsgronden. Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat de opzegtermijn van een jaar niet is nageleefd en dat de brief van 18 september 1997 niet is ontvangen door Discomat. Ook het beroep op de redelijkheid en billijkheid faalt omdat onvoldoende is gesteld dat het onaanvaardbaar is om aan de opzegtermijn vast te houden.
Ten aanzien van de Mededingingswet sluit het hof zich aan bij het oordeel van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit dat de overeenkomst geen mededingingsbeperking inhoudt. De exclusiviteitsclausule van vijf jaar en de langere opzegtermijn maken dit niet anders. De Bout wordt niet ontvankelijk verklaard in haar reconventionele vorderingen en veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de grieven van De Bout af.