ECLI:NL:GHSHE:2002:AE8638
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling schenking wegens natuurlijke verbintenis bij bedrijfsopvolging landbouwgrond
De zaak betreft een geschil over een aanslag in het recht van schenking opgelegd aan A voor een schenking aan zijn broer X ter grootte van fl. 36.000,=. A voerde aan dat deze schenking vrijgesteld is op grond van een natuurlijke verbintenis zoals bedoeld in artikel 6:3 BW Pro en artikel 33 van Pro de Successiewet. Het hof stelde vast dat vader het landbouwbedrijf overdroeg aan A, die het bedrijf voortzette, terwijl X financieel niet in staat was het bedrijf over te nemen.
Later verkocht A een deel van de landbouwgrond aan de gemeente tegen een prijs boven de agrarische waarde, waarbij X het recht kreeg om als eerste bouwgrond te kiezen. X kocht bouwgrond voor fl. 94.000,=, terwijl de waarde fl. 130.000,= bedroeg. De Inspecteur legde een aanslag op omdat hij meende dat geen sprake was van een natuurlijke verbintenis.
Het hof oordeelde dat de waardering tegen verpachte waarde en de voortzetting van het bedrijf een natuurlijke verbintenis vormden, maar dat deze verviel toen A de grond verkocht zonder opbrengst aan het bedrijf te besteden en het bedrijf werd beëindigd. Het voordeel van fl. 36.000,= dat X verkreeg bij de aankoop van bouwgrond viel onder die natuurlijke verbintenis en is vrijgesteld van schenkingrecht.
Daarom vernietigde het hof de aanslag en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt dat bij bedrijfsopvolging in de landbouw natuurlijke verbintenissen kunnen leiden tot vrijstelling van schenkbelasting.
Uitkomst: Het hof vernietigt de aanslag schenking en oordeelt dat de schenking vrijgesteld is wegens natuurlijke verbintenis.