ECLI:NL:GHSHE:2002:AE7291
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aftrek buitengewone lasten wegens levensonderhoud naar familie in Iran
De zaak betreft een beroep van belanghebbende tegen de Inspecteur inzake de weigering van aftrek van buitengewone lasten in de inkomstenbelasting 1997. Belanghebbende stelde dat hij jaarlijks minimaal fl. 10.000,- naar zijn familie in Iran stuurde voor levensonderhoud, maar kon dit niet aantonen met bankoverschrijvingen vanwege politieke en valutatechnische beperkingen.
Belanghebbende overhandigde een bon van GWK en verklaringen, waaronder een van zijn vader, maar deze werden door de Inspecteur en het Hof niet als voldoende bewijs aanvaard. De brief van de Postbank uit 2000 kon niet relevant zijn voor 1997. Het Hof oordeelde dat betalingen op een voor de belastingdienst redelijk controleerbare wijze moeten zijn gedaan, wat hier niet het geval was.
Het Hof concludeerde dat belanghebbende niet voldeed aan de bewijslast volgens artikel 46 lid 1 onderdeel Pro a 2º Wet IB 1964 en bevestigde daarom de bestreden uitspraak van de Inspecteur. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de weigering van aftrek van buitengewone lasten wegens onvoldoende bewijs van controleerbare betalingen.