ECLI:NL:GHSHE:2002:AE6411
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.J.M. Bongaarts
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing van schriftelijke overeenkomst voor belastingvoordeel echtgenoot in 1994
Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch behandelde het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1994. De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 5, lid 7, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, dat belastingvoordeel kan bieden indien sprake is van een schriftelijke overeenkomst tussen belastingplichtige en echtgenoot over werkzaamheden.
Vast stond dat in 1994 geen schriftelijke overeenkomst bestond tussen belanghebbende en zijn echtgenote over haar werkzaamheden in zijn onderneming. Hoewel zij in 1998 een overeenkomst tekenden waarin zij terugwerkend verklaarden in 1989 afspraken te hebben gemaakt, kon dit niet leiden tot toepassing van het genoemde lid voor 1994. De wetgever vereist een schriftelijke overeenkomst als bestaansvereiste voor het belastingvoordeel.
Het hof oordeelde dat de Inspecteur geen onrechtmatig vertrouwen had gewekt door navordering toe te passen, aangezien deze niet wist van het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst en ook geen ambtelijk verzuim was vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1994 wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst.