ECLI:NL:GHSHE:2002:AE4911
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek betaling aan zoon als buitengewone last of lening in inkomstenbelasting 1996
Belanghebbende heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting 1996 een betaling van 4000 gulden aan zijn zoon opgevoerd als buitengewone last voor levensonderhoud. De Inspecteur kwalificeerde dit bedrag als een lening op grond van een mondelinge overeenkomst. Belanghebbende stelde bezwaar en overhandigde een conceptovereenkomst voor een 'tante Agaath lening', die werd afgewezen wegens niet voldoen aan voorwaarden en gebrek aan registratie.
Tijdens het boekenonderzoek verklaarde de zoon dat de ontvangen bedragen, waaronder de 4000 gulden, terugbetaald moeten worden, eventueel via verrekening bij erfenis. Het hof acht het aannemelijk dat sprake was van een lening in 1996 en wijst de aftrek als buitengewone last af. Een waardedaling van de vordering na 1996 kan niet leiden tot aftrek in dat jaar.
Het hof bevestigt de bestreden uitspraak en wijst het beroep van belanghebbende af. Er worden geen proceskosten toegekend. De mondelinge uitspraak is op 17 mei 2002 gedaan door het hof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De betaling van 4000 gulden aan de zoon wordt aangemerkt als lening en niet als aftrekbare buitengewone last.