ECLI:NL:GHSHE:2002:AE1922
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.J.M. Bongaarts
- Rechtspraak.nl
Belastingkamer Hof 's-Hertogenbosch over aftrek buitengewone lasten na schenking aan dochter
Belanghebbende heeft in 1996 aan zijn drie dochters een bedrag van fl. 39.119,-- per dochter geschonken bij wijze van schuldigerkenning met een rente van 5% per jaar. Een van de dochters, jonger dan 27 jaar en studerend in het buitenland, ontving daarnaast girale overmakingen voor haar levensonderhoud. Belanghebbende vorderde aftrek van buitengewone lasten voor het vierde kwartaal van 1996 in verband met de kosten van levensonderhoud van deze dochter.
De Inspecteur stelde dat de schenking het recht op deze aftrek uitsloot. Het hof stelde vast dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij zich redelijkerwijs gedrongen voelde om de vordering op zijn dochter door de overmaking te beschermen. Ook de bepaling in de akte omtrent gelijke aflossingen bood geen reden tot anders handelen. Het hof verwees naar een arrest van de Hoge Raad uit 1987 ter ondersteuning van deze conclusie.
Het hof beantwoordde de vraag of de schenking het recht op aftrek buitengewone lasten verhindert bevestigend en oordeelde dat de aanslag verminderd moest worden tot een belastbaar inkomen van fl. 101.571,--. Omdat belanghebbende zijn beroepschrift zelf had geschreven en de mondelinge behandeling niet tot een gunstiger uitkomst leidde dan de Inspecteur had voorgesteld, werden de proceskosten niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de schenking het recht op aftrek van buitengewone lasten uitsluit en vermindert de aanslag tot fl. 101.571,--.