ECLI:NL:GHSHE:2002:AE1437
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.M. Bongaarts
- J.W.J. Huige
- W.F.G. Wijnen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zelfstandigheid werkzaamheden Britten in loonbelastinggeschil
Belanghebbende exploiteerde een agrarisch loonbedrijf dat oculeren en binden van rozenstruiken uitvoerde, waarbij ook Britten werden ingezet die een vergoeding per geoculeerde roos ontvingen. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag loonheffing op omdat hij meende dat de Britten geen zelfstandige werkzaamheden verrichtten zoals bedoeld in artikel 14, lid 1, van het belastingverdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk.
Belanghebbende stelde dat de Britten zelfstandige werkzaamheden verrichtten en dat de Inspecteur hem het in rechte te beschermen vertrouwen had gegeven dat geen loonheffing hoefde te worden ingehouden. Het Hof onderzocht de aard van de werkzaamheden, de contractuele relatie en de mate van zelfstandigheid van de Britten.
Het Hof concludeerde dat de Britten niet zelfstandig waren, omdat zij slechts via het loonbedrijf van belanghebbende werkten, geen directe contractuele relatie met de kwekers hadden, en geen vrijheid hadden om zelfstandig te onderhandelen of hun werkzaamheden aan te passen. Ook het feit dat zij een oculeermesje moesten kopen en slechts korte tijd werkten, versterkte dit beeld.
Verder oordeelde het Hof dat het vertrouwen dat belanghebbende meende te hebben gekregen van de Inspecteur onvoldoende was, omdat de communicatie over de fiscale positie van de Britten onduidelijk was en belanghebbende het risico heeft aanvaard door niet nader te informeren.
Daarom verklaarde het Hof het beroep ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslag.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag loonheffing wordt bevestigd.