ECLI:NL:GHSHE:2002:AD9065
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Kranenburg
- Smeenk-Van der Weijden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake schadevergoeding na schietincident met blijvende arbeidsongeschiktheid
Op 26 juli 1994 werd appellant, toen 19 jaar en vluchteling uit Sierra Leone, door geïntimeerde beschoten, wat leidde tot ernstige lichamelijke en psychische letsels. Appellant vorderde een verklaring voor recht en schadevergoeding wegens immateriële schade en verlies aan verdiencapaciteit.
De rechtbank kende 40.000 gulden smartengeld toe en wees de materiële schadevergoeding af. In hoger beroep werd bevestigd dat geïntimeerde een onrechtmatige daad had gepleegd. De immateriële schadevergoeding werd door het hof terecht vastgesteld op 40.000 gulden, waarbij de reeds toegekende vergoeding door het Schadefonds werd verrekend.
Het hof oordeelde dat appellant, gelet op de afwijzing van zijn verblijfsvergunning en het ontbreken van bewijs dat deze alsnog zou zijn toegekend, geen redelijke verwachting had op toekomstige inkomsten in Nederland. Daardoor werd de vordering tot vergoeding van verlies aan verdiencapaciteit afgewezen. De zaak werd aangehouden voor nadere gegevens over mogelijke arbeidsintegratie en inkomen van appellant.
Uitkomst: Het hof bevestigt de immateriële schadevergoeding van 40.000 gulden en wijst de vergoeding voor verlies aan verdiencapaciteit voorlopig af wegens onvoldoende aannemelijkheid van toekomstige inkomsten.