ECLI:NL:GHSHE:2001:AE9798
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Lamers
- Van Teeffelen
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Appellant heeft bij het hof hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Breda, waarin zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen. Uit de stukken blijkt dat appellant een aanzienlijke schuldenlast had, waarvan een deel door loonbeslag werd geïncasseerd.
Tijdens de zitting verklaarde appellant dat zijn schulden mede voortkwamen uit het voortijdig afbreken van zijn studie en een gokverslaving, waarvan hij inmiddels genezen is. Hij had sinds 1998 wisselende inkomsten en moest zijn baan bij ABN/Amro opgeven vanwege loonbeslagen. Sinds maart 2000 had hij een vaste baan met een netto maandsalaris van ongeveer €2.500.
Het hof oordeelde dat de door appellant aangedragen informatie onvoldoende was om aannemelijk te maken dat hij te goeder trouw was in het ontstaan en voortbestaan van zijn schulden. Ook had appellant nagelaten om met schuldeisers tot aflossingsregelingen te komen, ondanks voldoende inkomen. Daarom werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het hof benadrukte dat appellant in de toekomst opnieuw een verzoek kan indienen, mits hij meer en betere informatie verstrekt, zoals verklaringen van de bank en hulpverleners, en een gedocumenteerd overzicht van zijn schulden en aflossingsinspanningen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afwijst wegens onvoldoende goede trouw van appellant.