ECLI:NL:GHSHE:2001:AE9773
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Teeffelen
- Van Etten
- Luijten-Meijer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling echtpaar in gemeenschap van goederen
De rechtbank te ’s-Hertogenbosch wees op 8 januari 2001 de verzoeken van een man en vrouw, gehuwd in gemeenschap van goederen, af om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling. De rechtbank oordeelde dat er gegronde vrees bestond dat de man tijdens de regeling zijn schuldeisers zou benadelen of zijn verplichtingen niet zou nakomen. Tevens werd op grond van artikel 313 FW Pro de afwijzing van het verzoek van de man ook van toepassing verklaard op het verzoek van de vrouw.
Beiden kwamen in hoger beroep, dat op 26 januari 2001 mondeling werd behandeld. De man en vrouw werden bijgestaan door een gemachtigde die geen advocaat of procureur was, wat door het hof werd toegestaan op basis van de toepasselijkheid van artikel 6 en Pro 9 FW. Tijdens de behandeling stelden zij dat zij te goeder trouw waren en dat de schulden waren ontstaan door tegenslagen en gezondheidsproblemen.
Het hof oordeelde echter dat onvoldoende informatie was verstrekt over de relatie tussen de strafzaak van de man en het te goeder trouw zijn bij het ontstaan van de schulden. Gezien de zesjarige gevangenisstraf van de man en het ernstige strafbare feit waarvoor hij was veroordeeld, bestond er gegronde vrees dat hij zijn schuldeisers zou benadelen of betalingsverplichtingen niet zou nakomen. Daarom werd het verzoek van de man afgewezen en, vanwege de gemeenschap van goederen, ook dat van de vrouw. Het hof stelde dat zij vrij waren om opnieuw een verzoek in te dienen indien de strafzaak in hoger beroep tot een andere uitkomst zou leiden.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af voor beide echtgenoten vanwege gegronde vrees voor benadeling van schuldeisers door de man.