ECLI:NL:GHSHE:2001:AE9765

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
12 januari 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R200000740
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Etten
  • Van Teeffelen
  • Dorn
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 sub c FaillissementswetArt. 350 lid 3 sub d FaillissementswetArt. 350 lid 3 sub e FaillissementswetAlgemene bijstandswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving kernverplichtingen ondanks lopend bezwaar tegen terugvorderingsbesluit

In deze zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 12 december 2000 bekrachtigd, waarin de schuldsaneringsregeling van X. en zijn echtgenote is beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, sub c, d en e van de Faillissementswet.

X. was in hoger beroep gekomen tegen dit vonnis en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat hij kernverplichtingen van de schuldsaneringsregeling niet was nagekomen. Tijdens de mondelinge behandeling werden X., zijn echtgenote en hun raadsvrouwe gehoord. Het hof nam kennis van de overgelegde stukken en stelde vast dat X. de feiten die aan de beëindiging ten grondslag lagen niet had weersproken.

Een belangrijk onderdeel van het geschil betrof een besluit van de gemeente 's-Hertogenbosch om de aan X. verstrekte bijstandsuitkering terug te vorderen, inclusief belastingen en premies, ter hoogte van fl. 21.231,90. Hoewel X. bezwaar had aangetekend tegen dit besluit en nog geen beslissing op dat bezwaar was genomen, achtte het hof het bedrag voorlopig verschuldigd. Dit omdat X. had erkend gedurende een deel van de bijstandsperiode inkomen uit arbeid te hebben genoten zonder dit te melden aan de bewindvoerder of gemeente.

Het hof concludeerde dat de beëindiging van de schuldsaneringsregeling terecht was en bekrachtigde het bestreden vonnis. Hiermee werd de voortzetting van de regeling beëindigd ondanks het lopende bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving van kernverplichtingen door X.

Uitspraak

gerechtshof te 's- Hertogenbosch
Arrest
In de zaak in hoger beroep van:
X.
wonende te P.,
appellant,
hierna te noemen X.,
procureur mr. H.M.A.W. van Erven.
Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank te 's - Hertogenbosch van 12 december 2000, waarvan de inhoud bij X. bekend is.
Het geding in hoger beroep
2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 19 december 2000, heeft X. verzocht voormeld vonnis te vernietigen en de schuldsaneringsregeling daarmee te laten voortduren.
2.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 5 januari 2000. Bij die gelegenheid zijn X. en zijn echtgenote, alsmede hun raadsvrouwe gehoord.
2.3 Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van de bij het beroepschrift overgelegde producties.
De gronden van het hoger beroep
De grief van X. komt er op neer dat de rechtbank ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat X. een aantal kernverplichtingen van de schuldsaneringsregeling niet heeft nageleefd.
De beoordeling
4.1 Bij vonnissen van voormelde rechtbank van 22 november 1999 is de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van X. en zijn echtgenote Y.
4.2 Bij de vonnissen van 12 december 2000 is op voordracht van de rechter-commissaris zowel ten aanzien van X. als diens echtgenote de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd op de voet van het bepaalde in artikel 350, derde lid, sub c, d en e van de Faillissementswet.
4.3 X. en zijn echtgenote zijn beiden bij afzonderlijk beroepschrift van het tegen hem/ haar gewezen vonnis in hoger beroep gekomen. De beide beroepschriften zijn gelijktijdig behandeld.
4.4 X. heeft de aan de voordracht tot beëindiging van de toepassing van de schuldsanering ten grondslag gelegde feiten niet weergesproken.
4.5 Het hof is met de rechtbank op de in het bestreden vonnis aangegeven gronden van oordeel dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling op de voet van het bepaalde in artikel 350, derde lid, sub c, d en e van de Faillissementswet. beëindigd dient te worden.
4.6 X. heeft weliswaar bezwaar aangetekend tegen het besluit van de gemeente 's-Hertogenbosch om de aan hem gedurende de periode van 14 juni 1999 tot en met 29 januari 2000 ingevolge de Algemene bijstandswet verstrekte uitkering in te trekken en inclusief de daarover afgedragen belastingen en premies terug te vorderen tot een bedrag van fl. 21.231,90, op welk bezwaar nog niet is beslist, maar dat neemt niet weg, dat X. voormeld bedrag vooralsnog verschuldigd, terwijl het hof de juistheid van (tenminste een deel van ) dat bedrag niet onaannemelijk acht, nu X. heeft erkend dat hij gedurende (een deel van) de periode dat hij een bijstandsuitkering ontving, ook inkomen uit arbeid heeft genoten, van welk inkomen hij noch aan de bewindvoerder, noch aan de gemeente melding heeft gemaakt.
4.7 Het bestreden vonnis dient derhalve te worden bekrachtigd.
De beslissing
Het hof:
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 12 december 2000.
Dit arrest is gewezen door mrs. Van Etten, Van Teeffelen en Dorn en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 12 januari 2001 in tegenwoordigheid van de griffier.