ECLI:NL:GHSHE:2001:AE4150
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Meijer
- G.J. van Muijen
- M.E. van Hilten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering alleenstaande-ouderaftrek wegens gezamenlijke huishouding met derden
Belanghebbende maakte aanspraak op de alleenstaande-ouderaftrek voor het jaar 1992, wat zou leiden tot indeling in tariefgroep 4. De Inspecteur had haar echter ingedeeld in tariefgroep 2, omdat zij oordeelde dat belanghebbende geen zelfstandige huishouding voerde, maar samen met haar ouders en een derde (C) een gezamenlijke huishouding vormde.
Na eerdere procedures, waarbij de Hoge Raad het geding naar het Hof te 's-Hertogenbosch verwees, heeft het Hof de feiten opnieuw beoordeeld. Het Hof concludeerde dat belanghebbende en haar dochter gedurende meer dan zes maanden in 1992 een gezamenlijke huishouding voerden met C en mogelijk ook met haar ouders, mede gelet op de gezamenlijke maaltijdvoorziening en huisvesting. Hierdoor voldeed zij niet aan de voorwaarden voor de alleenstaande-ouderaftrek.
Belanghebbendes klachten over détournement de pouvoir, schending van motiverings-, zorgvuldigheids-, vertrouwens- en gelijkheidsbeginselen werden door het Hof afgewezen wegens gebrek aan feitelijke grondslag. Ook het beroep op gewekt vertrouwen faalde omdat de situatie in 1992 was gewijzigd door het intrekken van C. Het Hof bevestigde daarom de bestreden uitspraak en wees het beroep van belanghebbende af.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat belanghebbende geen recht heeft op alleenstaande-ouderaftrek over 1992 vanwege gezamenlijke huishouding met derden.