ECLI:NL:GHSHE:2001:AE2217
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Teeffelen
- Draijer-Udo
- Luijten-Meijer
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling ondanks afstand legitieme portie wegens onvoldoende inspanning
X. werd onder de schuldsaneringsregeling geplaatst na een vonnis van 20 september 1999, met definitieve toepassing op 19 oktober 1999. De regeling werd op 29 mei 2001 beëindigd door de rechtbank, waartegen X. hoger beroep instelde.
X. voerde aan dat hij afstand had gedaan van zijn aanspraken op de nalatenschap van zijn overleden vader, waardoor deze geen invloed zou hebben op de schuldsaneringsregeling. Het hof oordeelde dat de afstand voorafgaand aan het overlijden nietig was, maar dat X. na overlijden alsnog afstand had gedaan. Deze afstand kon echter niet als grond voor beëindiging van de regeling gelden omdat deze werd ingetrokken voordat de regeling van kracht werd.
Daarnaast stelde X. dat hij wel pogingen had ondernomen om inkomen te verwerven. Het hof stelde echter vast dat X. sinds de voorlopige toepassing van de regeling niet had deelgenomen aan het arbeidsproces en afhankelijk was van een bijstandsuitkering. Zijn stellingen over sollicitaties en mogelijke banen werden onvoldoende onderbouwd met bewijs.
Op basis van de wettelijke verplichtingen onder de WSNP en de feiten concludeerde het hof dat X. onvoldoende inspanningen had geleverd om inkomen te verwerven, wat een geldige grond is voor beëindiging van de schuldsaneringsregeling. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank met verbeterde gronden.
Uitkomst: Het hof bevestigde de beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende inspanning van X. om inkomen te verwerven.