ECLI:NL:GHSHE:2001:AD8106
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag accijns wegens voorhanden hebben van niet-geaccijnsde sigaretten
De voetbalvereniging werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag accijns en omzetbelasting na een huiszoeking waarbij 234.600 sigaretten zonder accijnszegel in de kelder van de kantine werden aangetroffen. De voorzitter van de vereniging verklaarde dat een derde de dozen met sigaretten in de kelder had geplaatst zonder dat de vereniging hiervan op de hoogte was, maar dat hij vanaf half september 1997 wist van de aanwezigheid van de sigaretten.
Het Hof oordeelde dat de kelder geen accijnsgoederenplaats was, maar dat de vereniging op grond van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de voorzitter feitelijke beschikkingsmacht had over de sigaretten vanaf half september 1997. De vereniging kon zich niet beroepen op verhuur aan derden, omdat dit onvoldoende was bewezen.
Het Hof verwees naar een arrest van het Europese Hof van Justitie waarin werd vastgesteld dat het voorhanden hebben van accijnsgoederen zonder betaling van accijns gelijkstaat aan verbruik. Het Hof stelde dat meerdere naheffingsaanslagen aan verschillende personen kunnen worden opgelegd voor dezelfde partij accijnsgoederen.
De berekening van de belasting was niet in geschil. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslag van de Inspecteur.
Uitkomst: Het beroep van de voetbalvereniging tegen de naheffingsaanslag accijns wordt ongegrond verklaard.