ECLI:NL:GHSHE:2001:AD5139
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- Jurgens
- Quaadvliet
- Van der Eerden
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot kennisgeving niet verdere vervolging wegens onvoldoende bewijs dood door schuld
Op 8 november 1998 deed klager aangifte van dood door schuld tegen meerdere verdachten. De officier van justitie besloot aanvankelijk tot niet vervolgen omdat de verdachten onterecht als verdachten waren aangemerkt. Klager diende hiertegen klaagschrift in bij het hof, dat het beklag gegrond verklaarde en vervolging beval.
Later verzocht de hoofdofficier van justitie om toestemming te verlenen voor een kennisgeving niet verdere vervolging. Het hof baseerde zich op het rapport van een arts-patholoog van het Nederlands Forensisch Instituut, die het tijdstip van overlijden schatte op circa 2 tot 4 dagen voor constatering, met onzekerheid tot vijf dagen. Hierdoor kon niet worden bewezen dat het overlijden na het weekend plaatsvond, wat essentieel was voor de vervolging.
Klager vroeg om een contra-expertise, maar het hof achtte dit weinig kansrijk omdat de meest nauwkeurige methode (lichaamstemperatuurmeting) destijds niet was toegepast. Ook vond het hof het onderzoek niet onzorgvuldig of onvolledig. Daarom verleende het hof de gevraagde bewilliging tot kennisgeving niet verdere vervolging aan de verdachten.
Uitkomst: Het hof verleent toestemming tot kennisgeving niet verdere vervolging wegens onvoldoende bewijs voor succesvolle vervolging.