ECLI:NL:GHSHE:2001:AD4818
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag BPM wegens gebruik niet-geregistreerde auto zonder vrijstellingsvergunning
Belanghebbende, woonachtig in Nederland en eigenaar van een eenmansbedrijf in Duitsland, gebruikte een Duitse personenauto zonder vrijstellingsvergunning op de Nederlandse openbare weg. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag BPM op, welke belanghebbende betwistte met het argument dat eerst op de vergunning moest worden gewacht.
Tijdens controles in mei 1997 en januari 1998 werd vastgesteld dat belanghebbende zonder vergunning reed. Hoewel later een vergunning werd verleend voor woon-werkverkeer tussen Nederland en Duitsland, was het gebruik tijdens de controles niet voor die doeleinden.
Het hof oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd omdat belanghebbende op het moment van gebruik geen geldige vrijstellingsvergunning had en het gebruik niet viel binnen de vrijstellingsvoorwaarden. De stelling dat geen waarschuwing was gegeven, werd verworpen omdat belanghebbende voldoende op de hoogte was van de regels.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd. Proceskosten werden niet toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt bevestigd omdat belanghebbende zonder geldige vrijstellingsvergunning met de auto op de Nederlandse openbare weg reed buiten het toegestane woon-werkverkeer.