ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1957
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Rothuizen-Van Dijk
- Meulenbroek
- Begheyn
- Rechtspraak.nl
Bevestiging executoriaal derdenbeslag wegens niet-nakoming bruto betalingsverplichting
Appellant is bij vonnis van de kantonrechter veroordeeld tot betaling van een bruto bedrag van f 177.633,76 aan geïntimeerde. In hoger beroep is dit vonnis bekrachtigd. Appellant betaalde een netto equivalent, maar geïntimeerde stelde dat dit niet volledig voldeed aan het vonnis en legde executoriaal derdenbeslag onder het ABP.
Appellant vordert in kort geding opheffing van het beslag en betaling van het door geïntimeerde ontvangen bedrag. De president van de rechtbank wees dit af en het hof bevestigt deze beslissing. Het hof oordeelt dat het dictum van het vonnis de verplichting tot betaling van het volledige bruto bedrag inhoudt, niet slechts het netto bedrag na belasting en premies.
Het hof overweegt dat de grieven van appellant niet slagen en dat het beslag op grond van de veroordeling niet onrechtmatig is. Verder aangevoerde persoonlijke omstandigheden en beweringen van misbruik van bevoegdheid zijn onvoldoende onderbouwd. Het vonnis van de president wordt bekrachtigd en appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot opheffing van het executoriaal derdenbeslag af en bekrachtigt het bestreden vonnis.