ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1898
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- J.A. Meijer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake bewijslast werkzaamheden in België voor premieheffing
Verzoeker, woonachtig in België en werkzaam bij een Nederlandse B.V., stelde dat zijn loon uitsluitend betrekking had op werkzaamheden die hij in België verrichtte, waarvoor hij vrijstelling van Nederlandse premie volksverzekeringen vroeg. De Inspecteur legde echter de premieheffing over het volledige loon op en handhaafde deze na bezwaar.
Verzoeker vroeg een voorlopige voorziening om duidelijkheid te krijgen over de bewijslast en de wijze waarop hij die kon voldoen. Tijdens de zitting werd vastgesteld dat verzoeker onvoldoende bewijs had geleverd van de aard en omvang van zijn werkzaamheden in België en niet had gereageerd op vragen van de Inspecteur hierover.
De President oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in 1997 werkzaamheden in België verrichtte die vrijstelling rechtvaardigen. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tevens werd het verzoek om onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak afgewezen vanwege het ontbreken van toestemming van de Inspecteur.
Proceskosten werden niet toegewezen en er was geen aanleiding tot schadevergoeding. De uitspraak werd op 26 april 2001 in het openbaar gedaan door de President van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van werkzaamheden in België.