ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1326
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Schaik-Veltman
- Meulenbroek
- Begheyn
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens verkeerde procespartij na meerderjarigheid
In deze civiele zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een vonnis waarbij geïntimeerde, als wettelijk vertegenwoordigster van haar minderjarige dochter, een vordering tegen appellant had ingesteld. Inmiddels was de dochter meerderjarig geworden, wat betekent dat het hoger beroep tegen haar had moeten worden ingesteld en niet tegen de wettelijk vertegenwoordigster.
Het hof oordeelt dat appellant door de verkeerde partij in rechte te betrekken niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep. Dit is geen herstelbare fout omdat het niet slechts om een benaming gaat, maar om een verkeerde procespartij. De meerderjarigheid van de dochter was bekend of redelijkerwijs bekend te achten, zodat geen reden bestaat voor een ander oordeel.
Als gevolg hiervan wordt appellant veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Het arrest is gewezen door de kamer van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch en uitgesproken op 17 april 2001.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens het betrekken van de verkeerde procespartij na meerderjarigheid van de geïntimeerde dochter.