ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1188
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Feith
- De Groot-van Dijken
- Van Griensven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering uitkering wegens niet nakomen verplichtingen behandeling arbeidsongeschiktheid
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of appellant recht had op uitkeringen uit hoofde van zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering bij geïntimeerde, nu hij onvoldoende medewerking zou hebben verleend aan zijn genezing door het niet ondergaan van psychiatrische behandeling.
Het hof liet een deskundige rapporteren over de aard van de ziekte van appellant, de adequaatheid van de gevolgde behandelingen en de invloed van het niet ondergaan van psychiatrische behandeling op het genezingsproces. De deskundige concludeerde dat het niet reageren van appellant op verzoeken van geïntimeerde niet aan zijn psychiatrische aandoening toe te schrijven was en dat de gevolgde behandelingen niet adequaat waren.
Het hof oordeelde dat appellant zich niet aan zijn verplichtingen uit de verzekeringsovereenkomst had gehouden, aangezien hij geen adequate behandeling had gekozen terwijl dit noodzakelijk was voor herstel. De verzekeraar mocht daarom de uitkeringen weigeren. De grieven van appellant werden verworpen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken door de kamer van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch op 20 maart 2001.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat appellant geen recht heeft op uitkering wegens niet nakomen van zijn verplichtingen.