ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1126
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Feith
- De Kok
- Goossens
- Rechtspraak.nl
Geheimhoudingsplicht medisch dossier na overlijden patiënt in familierechtelijke procedure
De zaak betreft een geschil over de afgifte van het medisch dossier van een overleden vader, die in 1988 hertrouwd was terwijl zijn kinderen stelden dat hij toen dementerend was en zijn wil niet kon bepalen. De kinderen vorderden in kort geding dat de stichting, die een ondersteunende rol had bij de vader en het dossier beheerde, het medisch dossier zou afgeven om de geestvermogens van vader ten tijde van het tweede huwelijk te kunnen onderzoeken.
De rechtbank had de vordering deels toegewezen, maar het hof vernietigde dit en oordeelde dat de geheimhoudingsplicht van de medische hulpverlener ook na overlijden geldt en dat er geen concrete aanwijzingen zijn voor toestemming van vader voor het verstrekken van het dossier. De belangen van de kinderen, hoewel persoonlijk en zwaarwegend, wegen niet op tegen het maatschappelijke belang van geheimhouding.
Het hof overwoog dat een niet-wettelijke uitzondering op de geheimhoudingsplicht alleen geldt bij een ernstige behoefte en zwaarder wegende belangen, maar dat deze in deze zaak niet aanwezig zijn. Daarom wijst het hof de vorderingen af en veroordeelt de kinderen in de kosten.
De uitspraak bevestigt het belang van de geheimhoudingsplicht en stelt grenzen aan het verkrijgen van medische informatie na overlijden, ook in familierechtelijke procedures.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen tot afgifte van het medisch dossier af en bevestigt de geheimhoudingsplicht na overlijden.