ECLI:NL:GHSHE:2001:AB0453
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Kranenburg
- Smeenk-Van der Weijden
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurders voor onbetaalde franchisevergoeding na ontbinding franchiseovereenkomst
De zaak betreft een hoger beroep van [appellanten] tegen vonnissen waarin zij aansprakelijk werden gehouden voor het niet voldoen aan een ontbindingsvergoeding aan [bedrijf] B.V. na ontbinding van franchiseovereenkomsten met [franchise 1] en [franchise 2]. De rechtbank had vastgesteld dat beide franchisevennootschappen tekort waren geschoten, met ernstiger tekortkomingen bij de franchisenemers, en dat een billijke vergoeding aan [bedrijf] verschuldigd was.
De rechtbank oordeelde dat [appellanten], als bestuurders met volledige zeggenschap, onrechtmatig hadden gehandeld door betalingsonwil, niet -onmacht, en dat zij hoofdelijk aansprakelijk waren voor de schade. Het hof onderschrijft dit oordeel en wijst het beroep van [appellanten] af. Het hof stelt vast dat er sprake was van financiële verstrengeling tussen de vennootschappen en dat de omzet en kredietfaciliteiten niet zijn aangewend om de ontbindingsvergoeding te voldoen.
In incidenteel appel wordt een vermeerdering van de vordering toegewezen voor wettelijke rente vanaf 20 december 1991 over een deel van het bedrag. De overige vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden verdeeld. Het hof bekrachtigt het vonnis van 29 december 1998 voor het overige en verklaart [appellanten] niet-ontvankelijk in hun beroep tegen eerdere vonnissen.
Uitkomst: Appellanten worden veroordeeld tot betaling van f 243.213,29 met wettelijke rente aan de curator wegens onrechtmatig handelen door betalingsonwil.