ECLI:NL:GHSHE:2001:AA9999
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Zwitser-Schouten
- Brandenburg
- Gründemann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat mandeligheid van scheidsmuur door brand is geëindigd
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een scheidsmuur tussen twee woningen mandelig was en of deze mandeligheid na een brand nog bestond. De muur was oorspronkelijk een buitenmuur van het oudste pand en werd in de jaren dertig een scheidsmuur toen een tweede woning tegen het eerste huis werd gebouwd. Na een brand in 1994 waarbij beide panden zwaar beschadigd raakten, vorderde appellant een bijdrage in de herstelkosten van de muur.
Het hof oordeelde dat de mandeligheid van de muur tot aan de brand bestond, mede op grond van artikel 5:62 lid 2 BW Pro, maar dat door de afbraak van het oudste pand de mandeligheid van rechtswege is geëindigd. De eerdere uitspraak in kort geding werd niet bindend geacht voor de bodemrechter, die vrij was haar eigen oordeel te vormen.
Verder verwierp het hof de stelling dat op grond van redelijkheid en billijkheid een vergoedingsplicht zou bestaan. De appellant kon profiteren van het feit dat zijn woning niet vrijstaand was, maar moest ook de kosten van herstel zelf dragen. Ook de vermeende verrijking van geïntimeerde door herbouw van een vrijstaande woning bood geen grond voor vergoeding.
Alle grieven van appellant werden verworpen en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Maastricht. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tot bijdrage in herstelkosten af omdat de mandeligheid door brand is geëindigd.