ECLI:NL:GHSHE:2001:AA9793
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- van der Bend
- Vonhögen
- Jansen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen afwijzing voorlopige hechtenis
Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de arrondissementsrechtbank te Roermond, waarbij zijn verzoeken tot opheffing en schorsing van voorlopige hechtenis waren afgewezen. Het hof oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk was voor zover het zich richtte tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis, omdat verdachte reeds eerder om opheffing had verzocht. Dit volgt uit de wetswijziging van artikel 406 Sv Pro en de toelichtingen daarbij, die beogen te voorkomen dat nieuwe beroepsmogelijkheden worden gecreëerd.
Daarnaast werd het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis eveneens niet-ontvankelijk verklaard, aangezien dit een tussenvonnis betreft waartegen hoger beroep slechts gelijktijdig met de einduitspraak is toegestaan. Het hof verklaarde zich bovendien onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Op grond van de relevante wetsartikelen, waaronder artikel 86 lid 1 Sv Pro, kon het hof de voorlopige hechtenis noch opheffen noch schorsen. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de regels omtrent voorlopige hechtenis en de beperkingen van het hoger beroep tegen tussentijdse beslissingen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen afwijzing van verzoeken tot opheffing en schorsing van voorlopige hechtenis.