ECLI:NL:GHSHE:2000:AA9601
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Rothuizen-Van Dijk
- Begheyn
- Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen toewijzing voorlopige voorziening wegens gebrek aan spoedeisend belang
In deze zaak vorderde de geïntimeerde bij wijze van voorlopige voorziening betaling van een bedrag van f. 19.995,-- van appellanten. De president in kort geding had deze vordering toegewezen op grond van een spoedeisend belang, gebaseerd op een oudere balans van appellant 1 die een incasso-risico zou aantonen.
Appellanten stelden in hoger beroep dat de financiële positie van appellant 1 niet was verslechterd, zoals blijkt uit de jaarrekening 1998/1999, en dat er geen spoedeisend belang bestond. De geïntimeerde voerde aan dat appellanten in eerste aanleg de kans hadden gehad dit te betwisten maar dit niet hadden gedaan.
Het hof oordeelde dat appellanten in hoger beroep alsnog de jaarrekening hadden ingebracht en dat deze niet door geïntimeerde was betwist. Op basis hiervan was het incasso-risico niet aannemelijk gemaakt, waardoor het spoedeisend belang ontbrak. Ook het argument dat de oprichting van een nieuwe vennootschap een incasso-risico zou veroorzaken, werd door het hof onvoldoende onderbouwd geacht.
Het hof vernietigde het vonnis van de president en verklaarde geïntimeerde niet-ontvankelijk in haar vordering. Tevens werd geïntimeerde veroordeeld in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende spoedeisend belang bij haar vordering.