ECLI:NL:GHSHE:2000:AA9598
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Huijbers-Koopman
- Kranenburg
- Smeenk-Van der Weijden
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank bij geschil over schade spoorbrugtransport in Frankrijk
In deze zaak draait het om een geschil over aansprakelijkheid en schadevergoeding na het vallen van een spoorbrug tijdens transport in Frankrijk in 1997. Appellante, een besloten vennootschap, vordert onder meer vrijwaring en schadevergoeding van diverse Franse rechtspersonen en een Nederlands bedrijf dat het transport verzorgde.
De rechtbank te Breda verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van de vorderingen tegen de Franse partijen, behalve tegen het Nederlandse bedrijf. Appellante stelde dat op grond van een jurisdictieclausule in haar algemene voorwaarden de rechtbank te Breda bevoegd was, maar het hof oordeelde dat deze clausule niet rechtsgeldig was overeengekomen met de Franse partijen, met name omdat zij niet tijdig of schriftelijk was bevestigd.
Verder onderzocht het hof of op grond van artikel 6 lid 1 EEX Pro de rechtbank te Breda bevoegd was om ook de Franse partijen te berechten vanwege het verband met de vorderingen tegen het Nederlandse bedrijf. Het hof concludeerde dat dit niet het geval was, omdat de vorderingen tegen het Nederlandse bedrijf een regresvordering zijn die afhankelijk is van de uitkomst tegen de Franse partijen, waardoor geen gevaar voor tegenstrijdige uitspraken bestaat.
Het hof gaf partijen gelegenheid zich uit te laten over de vermeerderde eis en hield de verdere beslissing aan. Misbruik van recht of bevoegdheid werd niet vastgesteld. De zaak werd verwezen naar een nieuwe rolzitting voor nadere memorie.
Uitkomst: De rechtbank te Breda is onbevoegd om kennis te nemen van de oorspronkelijke vorderingen tegen de Franse partijen wegens het ontbreken van een geldige jurisdictieclausule en het toepasselijke forumrecht.