ECLI:NL:GHSHE:2000:AA9379

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
19 december 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C9900250
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Rothuizen-Van Dijk
  • Van Schaik-Veltman
  • Begheyn
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 157b Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens onbevoegdheidsincident in civiele zaak

In deze civiele procedure vordert geïntimeerde betaling van een restant factuurbedrag van appellante. Appellante stelt in een bevoegdheidsincident dat de rechtbank te Roermond onbevoegd is omdat de algemene voorwaarden van geïntimeerde niet van toepassing zijn op de overeenkomst tussen partijen.

De rechtbank verklaart zichzelf bevoegd, waarna appellante hoger beroep instelt tegen dit vonnis. Het hof oordeelt dat een hoger beroep tegen een vonnis waarbij bevoegdheid wordt vastgesteld slechts mogelijk is tegelijk met het eindvonnis en uitsluitend op grond van onbevoegdheid uit hoofde van het onderwerp des geschils.

Omdat appellante dit niet heeft gedaan, verklaart het hof haar hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens wordt appellante veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, bestaande uit verschotten en salaris procureur.

Uitkomst: Het hof verklaart appellante niet-ontvankelijk in haar hoger beroep en veroordeelt haar in de proceskosten.

Uitspraak

Typ. MB
Rolnummer C9900250/RO
ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE 'S-HERTOGENBOSCH,
Tweede kamer, van 19 december 2000,
gewezen in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [APPELLANTE],
gevestigd en kantoorhoudende te [woonplaats],
appellante,
procureur: mr. J.H.M. Erkens,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [GEÏNTIMEERDE],
gevestigd en kantoorhoudende te [woonplaats],
geïntimeerde,
procureur: mr. P.C.M. van der Ven,
op het bij exploot van dagvaarding d.d. 18 februari 1999 ingeleide hoger beroep van het door de recht-bank te Roermond onder rolnummer 28253/HA ZA 98-717 op
3 december 1998 uitgesproken vonnis tussen geïntimeerde
-hierna [geïntimeerde]- als eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het bevoegdheidsincident en appellante
-hierna [appellante]- als gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het bevoegdheids-incident.
1. De procedure in eerste aanleg
Hiervoor verwijst het hof naar het beroepen vonnis, dat zich bij de gedingstukken bevindt.
2. De procedure in hoger beroep
2.1. Bij memorie van grieven heeft [appellante] onder overlegging van producties een grief tegen het beroepen vonnis aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis en tot alsnog onbevoegd verklaring van de rechtbank te Roermond om van het geschil kennis te nemen met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties.
2.2. Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] de grief bestreden en gecon-cludeerd tot bekrachtiging van het beroepen vonnis met veroordeling van [appellante] in de kosten van beide instanties.
2.3. Tenslotte hebben partijen de stukken voor arrest overgelegd.
3. De gronden van het hoger beroep
Voor de exacte tekst van de grief verwijst het hof naar de memorie van grieven.
4. De beoordeling
4.1. Uit de toelichting op de grief begrijpt het hof dat de grief beoogt het vonnis in het incident in volle omvang aan het oordeel van het hof te onderwerpen.
4.2. [geïntimeerde] heeft [appellante] gedagvaard voor de rechtbank in Roermond en vordert in de hoofdzaak -kort gezegd- de betaling van het restant factuurbedrag (f. 36.094,11) vermeerderd met rente en kosten.
4.3. [appellante] vordert in het incident dat de rechtbank te Roermond zich onbevoegd verklaart om van deze vordering kennis te nemen. Zij stelt daartoe dat de algemene voorwaarden van [geïntimeerde], op grond waarvan de rechtbank te Roermond bevoegd zou zijn, niet op de tussen partijen gesloten overeenkomst van toepassing zijn, nu bij het aangaan van de overeenkomst geen algemene voorwaarden zijn overeengekomen. In de overeenkomst wordt daarvan ook geen melding gemaakt.
4.4. De rechtbank heeft bij vonnis zichzelf bevoegd verklaard om kennis te nemen van de vordering in de hoofdzaak van [geïntimeerde].
4.5. Tegen een dergelijk vonnis, waarbij de bevoegdheid is aangenomen, staat te dien aanzien -ingevolge artikel 157b lid 1 Rv- alleen hogere voorziening open op grond dat de rechter onbevoegd is uit hoofde van het onderwerp des geschils, en slechts tegelijk met dat tegen het eindvonnis. [appellante] dient derhalve in haar appèl niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4.6. [Appellante] zal als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de kosten van dit hoger beroep.
5. De beslissing
Het hof:
verklaart [appellante] niet-ontvankelijk in haar hoger beroep;
veroordeelt [appellante] in de proceskosten van dit hoger beroep, welke kosten aan de zijde van [geïntimeerde] tot de dag van deze uitspraak worden begroot op f. 870,-- aan verschotten en f. 1.700,-- aan salaris procureur voor het geding in hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs. Rothuizen-Van Dijk,
Van Schaik-Veltman en Begheyn en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 19 december 2000.