ECLI:NL:GHSHE:2000:AA8540
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van den Elzen
- Lamers
- Sterk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot horen CID-informant in hoger beroep wegens bescherming informanten
In deze strafzaak stond het verzoek centraal om een CID-informant als getuige te horen, die mogelijk ontlastende informatie voor de verdachte kon verschaffen. De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk verklaard moest worden omdat de officier van justitie een rechterlijke opdracht niet had uitgevoerd om de informant te laten horen.
Het hof oordeelde dat de rechtbank eerder had besloten de zaak te verwijzen naar de rechter-commissaris voor het horen van de informant, maar deze opdracht later had ingetrokken. De weigering van het OM om de identiteit van de informant vrij te geven werd niet gesanctioneerd met niet-ontvankelijkheid, omdat het algemeen belang van effectieve opsporing en bescherming van informanten zwaarder woog dan het belang van de verdachte.
Het hof verwees naar het arrest Fitt van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, waarin wordt gesteld dat bij niet-belastend materiaal minder strenge eisen gelden aan het fair trial-beginsel. Omdat de informatie van de informant niet belastend was, was het verzoek om de informant te horen niet noodzakelijk. De belangenafweging leidde tot afwijzing van het verzoek, waarbij het belang van bescherming van informanten prevaleerde.
Uitkomst: Het hof wees het verzoek om de CID-informant als getuige te horen af omdat het algemeen belang van bescherming van informanten zwaarder woog dan het belang van de verdachte.