ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6625
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergunning en vrijstelling BPM voor personenauto bij verhuizing naar Nederland
Belanghebbende verhuisde van Oostenrijk naar Nederland en verzocht om toepassing van de verhuisboedelvrijstelling voor de BPM op zijn personenauto. De auto was gedurende meer dan zes maanden vóór zijn verhuizing feitelijk in zijn bezit, ondanks dat de Oostenrijkse werkgever formeel eigenaar was.
De Inspecteur betwistte dat de auto als persoonlijk goed kon worden aangemerkt en dat de bezitstermijn van zes maanden was gehaald. Het hof oordeelde dat de auto als persoonlijk goed geldt en dat belanghebbende de auto vanaf 18 oktober 1996 feitelijk tot zijn beschikking had, waardoor aan de zesmaandsvoorwaarde is voldaan.
Het hof vernietigde de bestreden uitspraak en beschikking, verleende vergunning voor registratie van de auto met voorwaardelijke BPM-vrijstelling en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. De subsidiaire klacht over strijdigheid met Europees recht behoefde geen behandeling.
Uitkomst: Het hof verleent vergunning voor registratie van de auto met voorwaardelijke BPM-vrijstelling en wijst het beroep toe.