ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6154
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag bpm voor gebruik niet-geregistreerde Mercedes 500E in Nederland
Belanghebbende was tegen een naheffingsaanslag bpm voor het jaar 1996 in beroep gegaan bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De aanslag betrof een bedrag van ƒ 44.671,- aan bpm en ƒ 1.018,- aan heffingsrente. De zaak draaide om de vraag of belanghebbende terecht werd aangeslagen voor het gebruik van een Mercedes 500E met Belgisch kenteken, die op 16 januari 1996 was gestolen.
Het hof stelde vast dat belanghebbende op de bewuste datum met de Mercedes op de openbare weg in Nederland had gereden, gebaseerd op waarnemingen van een observatieteam en een proces-verbaal, ondanks dat de verbalisanten anoniem waren gehouden. Belanghebbende had niet kunnen aantonen dat de feitelijke beschikkingsmacht over de auto bij een ander lag, terwijl hij niet strafrechtelijk veroordeeld was voor diefstal van het voertuig.
Het hof oordeelde dat de auto een niet-geregistreerde personenauto was in de zin van de Wet bpm en dat belanghebbende daarom bpm verschuldigd was voor het gebruik van het voertuig in Nederland. De naheffingsaanslag werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag bpm voor het gebruik van de Mercedes 500E in Nederland.