ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6150
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vernietigt naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onvoldoende bewijs van onjuiste boekhouding
Belanghebbende, een vennootschap onder firma die sinds 1990 een horecagelegenheid exploiteert, kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor de omzetbelasting over 1994, inclusief een verhoging van 100% waarvan 50% werd kwijtgescholden. De Inspecteur verwierp de boekhouding van belanghebbende als basis voor de opbrengstverantwoording en berekende een theoretische omzetcorrectie.
Belanghebbende betwistte dit en voerde aan dat de omzetcorrectie onjuist was, mede vanwege de start van de keuken in 1994, de warme zomer en bederf van ingekochte waren. Ook stelde hij dat de lonen die per kas werden uitbetaald telefonisch aan de adviseur werden doorgegeven en verwerkt in de administratie. De Inspecteur betwistte dit, maar het hof oordeelde dat de Inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de administratie niet correct was bijgehouden.
Het hof stelde vast dat de bewijslast bij de Inspecteur lag en dat deze niet slaagde in het bewijs dat meer omzet was behaald dan verantwoord. Daarom werd de naheffingsaanslag en de bestreden uitspraak vernietigd. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten, waarbij de Staat als partij werd aangewezen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting 1994 wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van onjuiste boekhouding.