ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6147
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering successierecht aanslagen door juiste waardering woonhuis en inboedel in nalatenschap
In deze zaak staat de waardering van een aandeel in een woonhuis en de inboedel in een nalatenschap centraal voor de berekening van het successierecht. Erflaatster overleed in 1995 en liet een testament na met legaten aan T, waaronder een levenslang gebruiksrecht van inboedel en een aandeel in het woonhuis. De waarde van het woonhuis en de inboedel moest worden vastgesteld voor de successierechtelijke aanslag.
Belanghebbenden maakten bezwaar tegen de aanslagen en kwamen in beroep tegen de uitspraak van de Inspecteur die de aanslagen had verminderd. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de waarde van het aandeel in het woonhuis moet worden vastgesteld met toepassing van artikel 21 lid 4 van Pro de Successiewet (waardering op 60% van 70% van de civielrechtelijke waarde) en hoe de inboedel moet worden gewaardeerd.
Het Hof oordeelt dat de waarde van het woonhuis voor de inbreng moet worden vastgesteld op 70% van 60% van de civielrechtelijke waarde, conform artikel 21 lid 4 van Pro de Wet, en dat voor het levenslang gebruiksrecht van de inboedel een waarde van 30% van de civielrechtelijke waarde moet worden genomen. Het Hof vernietigt de bestreden uitspraak en vermindert de aanslag van iedere erfgenaam tot een verkrijging van ƒ 16.890,=. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan belanghebbenden vergoed.
Uitkomst: Het Hof vermindert de aanslag successierecht tot een verkrijging van ƒ 16.890,= per erfgenaam en vergoedt het betaalde griffierecht.