ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6024
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting en verhoging wegens opnames rekening-courant
Belanghebbende, directeur en middellijk aandeelhouder van Z BV, had in 1994 een bedrag van fl. 17.813,- opgenomen uit zijn rekening-courant bij Z BV. De Inspecteur kwalificeerde dit bedrag als inkomen uit vermogen en legde een navorderingsaanslag met een verhoging van 100%, waarvan 75% werd kwijtgescholden, op. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat het om een lening ging en dat er geen sprake was van inkomen.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende niet kon bewijzen dat de opname een lening betrof. De boekhouding en de winstverwachting van Z BV wezen erop dat sprake was van een verkapte winstuitdeling, derhalve inkomen uit vermogen. Ook als het geen inkomen uit vermogen zou zijn, kwalificeerde het Hof het als inkomen uit arbeid anders dan in dienstbetrekking.
Verder oordeelde het Hof dat de verhoging van 25% passend was vanwege opzet of opzet-achtige onachtzaamheid van belanghebbende. De stelling dat de fouten van zijn gemachtigde hem niet konden worden toegerekend, verwierp het Hof op grond van vaste jurisprudentie.
Het Hof bevestigde daarom de navorderingsaanslag en de verhoging en wees de proceskostenveroordeling af omdat geen bijzondere omstandigheden waren gesteld.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1994 en de verhoging van 25% wegens onterecht opgenomen bedrag uit rekening-courant bij Z BV.